Kort gezegd is wushu de verzamelnaam van alle Chinese krijgskunsten. ‘Wu’ betekent ‘martiaal’ en ‘shu’ betekent ‘kunst’, wushu betekent dus letterlijk ‘krijgskunst’.
Het is China’s nationale volkssport nummer 1 en binnen Azië kent het inmense populariteit en vele beoefenaars. Hier in het westen is wushu meer bekend onder de naam ‘kungfu’ wat ‘vaardigheid’ betekent, en heeft het zijn bekendheid en populariteit voornamelijk te danken aan de film.
Wushu is meer dan alleen maar een sport ter bevordering van je conditie en gezondheid. Het is meer dan alleen maar een combinatie van gevechtstechnieken en acrobatiek. Wushu is een manier van leven en een manier van denken.
In wushu voer je hoofdzakelijk schijngevechten uit tegen één of meerdere denkbeeldige tegenstanders met als belangrijkste doel om jezelf te overwinnen. Alles draait om zelfbeheersing en controle over je fysiek, om het overwinnen van je angsten en het verleggen van zowel je fysieke als je mentale grenzen. Wushu is een middel om jezelf te leren kennen en te ontplooien, in het streven naar een beter mens te worden.
Binnen wushu bestaan twee richtingen, namelijk modern en traditioneel. Moderne wushu is de variant die we bij internationale wedstrijden zien, en heeft een bijna acrobatiek karakter. De bewegingen moeten exact uitgevoerd worden, waarbij elke foutieve stand of richting van voet, been, arm of hand tot puntenaftrek leidt. De acrobatische sprongen, vaak gecombineerd met een specifieke trap, moeten ook aan bepaalde regels voldoen.